Het gevaar van schijn-statistiek

‘Er bezochten ruim 60.000 mensen onze webshop’
‘Ons Twitteraccount is met 400% gegroeid’
‘Onze Facebookpagina heeft al 1.200 fans’
‘De open-rate van onze nieuwsbrief is 27%’

Ik had hier nog minstens 10 voorbeelden kunnen noemen van zinnetjes die in eerste oogopslag indruk maken, maar nader bestudeerd vooral bijdragen aan schijn-statistiek.

Het is erg simpel om schijn-statistieken voor de dag te toveren, en er zijn veel meetpakketten die daar ook lekker aan bijdragen. Eén van de hoofdschuldigen hiervan is Google Analytics. Waar het pakket vroeger nog vooral goed was om (unieke) bezoekers en pageviews te bekijken is de nadruk het afgelopen jaar veel nadrukkelijker komen te liggen op conversie(-paden), doelen en trechters. Helaas is het pakket daar ook geavanceerder mee geworden.

Als online marketeer moet je het leuk vinden om naar statistieken te kijken. Bij voorkeur de goeie. Behalve als je een business model hebt dat aansluit op bezoekers/pageviews (bijvoorbeeld advertising model) is het van zichzelf weinig interessant naar te kijken. Een MKB-klant in m’n portfolio doet gemiddeld erg veel bezoekers en pageviews – hoofdzakelijk uit Google – maar dat is voor de klant in dit geval niet interessant. Wat interessant is is om te bekijken hoe goed het contact-formulier converteerde tot daadwerkelijk opvolgbare leads. Maar omdat de andere getallen groter zijn is het natuurlijk aantrekkelijk om lekker naar de schijn-statistiek te kijken. En gelijk heeft ie.

Pas vervelend wordt het wanneer je verkeerde conclusies trekt uit schijn-statistiek. Bijvoorbeeld over de mate van succes. Roepen dat je een succesvolle social-media strategie hebt op basis van aantallen fans- en volgers is vooral jezelf voor de gek houden. Ik kan ook een tool als Tweetadder aanzetten, instellen en dan 2 maanden later roepen dat ik 10.000 volgers heb, maar daar houd je vooral jezelf mee voor de gek.

Wat als je niet zeker weet of je naar een schijn-statistiek zit te kijken? Er zijn veel statistieken die zich vermommen als bonafide, maar eigenlijk geen echte conclusies kunnen vormen. Bijvoorbeeld bounce rate (weigeringspercentage) en time on site. Ik heb de afgelopen maanden ook andere pakketten bekeken, zoals Kissmetrics en Mixpanel en mij valt op dat deze pakketten zich ‘out-of-the-box’ meer gedragen richting gewenst gedrag en dit actief aanmoedigen. Het kan dus absoluut geen kwaad om één van de pakketten een slinger te geven, en dan zou mijn lichte voorkeur uitgaan naar Mixpanel. Mocht je een Google-analytics wizard kennen en zelf een specifieke Google Analytics implementatie hebben dan is het natuurlijk interessanter om dit in Google analytics verder uit te zoeken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *