Inleiding
In mijn meer dan 20 jaar als softwareontwikkelaar heb ik veel veranderingen gezien, maar de komst van AI-assistentie in de laatste anderhalf jaar heeft de manier van code schrijven het meest ingrijpend veranderd.
Dit is geen theorie. Recent bouwde ik met Jos Consensuskaart.nl, een tool om verkiezingsprogramma’s te analyseren, in één enkele dag.
Voor een coöperatie Agricycling bouwden we vanuit slechts twee Excel-sheets een complete administratieve webapplicatie in minder dan drie dagen.
De impact is echter het grootst bij bestaande code: zo bouwden we voor AI Infra Solutions de complete businesslogica om vanuit uit een verouderde (legacy) codebase. De AI destilleerde de kern van de functionaliteit en hielp deze vervolgens naadloos te integreren in een reeds bestaand, nieuwer systeem op een nieuwe architectuur. In al deze gevallen hebben we zelf niet zoveel code geschreven, maar vooral veel kritisch gereviewed en gecorrigeerd.
Deze nieuwe realiteit dwong me tot een fundamentele conclusie: software wordt niet langer ‘geschreven’, het is een proces van ‘onderhandelen’ geworden, een continue dialoog met een AI.
1. De versnellende cyclus: van maanden naar minuten
Om de impact van deze huidige revolutie te begrijpen, moeten we kijken naar de evolutie van onze ontwikkelprocessen. Decennialang hebben we de cyclustijd geprobeerd te verkorten. Je kan dit grofweg opdelen in drie fasen:
Traditioneel (Waterval): De klassieke aanpak bestond uit een lineaire cyclus van Plan → Design → Implement. Dit proces was grondig maar traag, met cycli die maanden of zelfs jaren in beslag namen.
Agile: Begin deze eeuw bracht Agile een iteratieve aanpak met de Build → Measure → Learn-cyclus. Met de focus op snellere feedbackloops werd de cyclustijd teruggebracht tot maanden, weken of zelfs dagen.
AI-gedreven: Vandaag de dag staan we aan het begin van een nieuw tijdperk, gedefinieerd door de Prompt → Generate → Review-cyclus. Hierbij gaan de cycli naar dagen, uren of minuten.
De meest dramatische verandering zien we nu in de fase waar de software wordt geschreven. Wat voorheen implement of build was – een proces dat toen gemakkelijk een dag of meer in beslag nam – is gekrompen tot generate: een actie die nu vaak slechts enkele minuten kost. Deze immense versnelling verandert alles.
2. Je nieuwe programmeertaal is geen code, maar conversatie
Nu de AI het daadwerkelijk schrijven van de code grotendeels overneemt, verschuift de kern van het bouwproces naar de interactie met de AI. Het ‘chatten’ met je AI-assistent, de dialoog waarin je je intentie en vereisten definieert, is de nieuwe manier van programmeren geworden. Dat leidt ons tot deze stelling:
CONVERSATIE IS DE PROGRAMMEERTAAL VAN VANDAAG; DE AI IS JE COMPILER
Dit is een fundamentele verschuiving die we eerder hebben gezien. Ooit zijn high-level programmeertalen ontwikkeld om assembly code voor ons te genereren. We kijken nu niet meer naar die assembly code. Mijn voorspelling is dat we in de toekomst op dezelfde manier niet meer naar de onderliggende broncode zullen kijken. De conversatie wordt de definitie van je project, en de AI is de compiler die jouw intentie omzet naar werkende software en relevante documentatie.
Er is echter een cruciaal verschil met die eerdere verschuiving. Waar een compiler deterministisch is – dezelfde code levert altijd exact dezelfde assembly op – is de AI-‘compiler’ dat niet. Dezelfde conversatie kan leiden tot een subtiel of zelfs fundamenteel verschillende implementatie. Hoe groot dit uiteindelijke probleem zal zijn, zullen we moeten zien. Het betekent wel dat we een zekere mate van controle en voorspelbaarheid inruilen voor snelheid en flexibiliteit. Dit niet-deterministische karakter maakt het noodzakelijk dat we nieuwe methoden en tools ontwikkelen om de consistentie en kwaliteit van de gegenereerde code te kunnen garanderen. In deze huidige situatie blijft voor nu de vraag: waar is de bron van het project, de requirements en de architectuur van het systeem gebleven?
De kern van je project bevindt zich in de volledige dialooggeschiedenis met de AI, dus dat is de nieuwe ‘broncode’. Alle assets die we nodig hebben – de code, de documentatie, de datamodellen en zelfs de architectuurdiagrammen – worden direct vanuit deze dialoog gegenereerd. We hoeven deze niet langer zelf handmatig te creëren; we vragen erom in het gesprek.
3. De schaalbaarheidsparadox: wanneer snelheid samenhang vernietigt
Hoewel de AI-gedreven aanpak een revolutie in individuele snelheid teweegbrengt, stuit men onvermijdelijk op een paradox. Wat voor één ontwikkelaar een razendsnelle constructie is, blijkt voor een team niet zomaar te schalen. De kern van het probleem ligt in de nieuwe programmeertaal: de conversatie.
Wanneer meerdere ontwikkelaars verschillende, parallelle dialogen voeren met hun AI-assistenten over hetzelfde product, gaat de samenhang en het architectonisch overzicht snel verloren. Elke parallelle conversatie evolueert in zijn eigen richting, met zijn eigen aannames en implementatiekeuzes. De lokale code werkt, maar het geheel verliest zijn coherentie. Dit wordt nog versterkt als ontwikkelaars meerdere agents tegelijk laten werken.
Deze realiteit toont de urgente behoefte aan een fundamentele nieuwe infrastructuur. Om de schaalbaarheidsparadox te doorbreken, moet er een centraal mechanisme komen—een soort ‘AI Conversatie Repository’—dat de parallelle dialogen continu kan synchroniseren met een overkoepelend architectuurmodel. Zonder zo’n bron van waarheid zal de AI het grotere plaatje blijven verliezen. Hiermee verschuift de focus onvermijdelijk naar de menselijke rol.
4. De wraak van de architectuur: de mens als bewaker van samenhang
Juist op het moment dat we dachten dat formele structuren overbodig werden, dwingt de schaalbaarheidsparadox ons om menselijk overzicht en structuur opnieuw te introduceren.

De rol van de ontwikkelaar verandert fundamenteel. Onze taak is niet langer primair het creëren van code, maar het monitoren, begeleiden en versimpelen van wat de AI genereert. We worden de bewakers van de samenhang, de architecten die achteraf de structuur herstellen. Waar we voorheen architectuur vooraf én continu tijdens de ontwikkeling definieerden, moeten we nu de door de AI gegenereerde structuur en code kritisch beoordelen en herstructureren.
Conclusie
De verschuiving is compleet: softwareontwikkeling is een onderhandeling geworden, en de rol van de mens verschuift van code-schrijver naar architect die structuur en eenvoud herstelt in een door AI versneld proces. Om de onvermijdelijke paradox van snelheid en samenhang die hierdoor op de loer ligt op te lossen, is het cruciaal dat we richtingen onderzoeken zoals het concept van een ‘AI Conversatie Repository’ en de noodzakelijke methoden en tools voor consistentie en kwaliteitsborging, om de technologie ook op teamniveau schaalbaar te maken.
De toekomst van software is daarom niet de code die we schrijven, maar de structuur die we bewaken. Als de AI de code schrijft en de conversatie de definitie is, wie is dan aansprakelijk voor de fouten in kritieke systemen? Misschien moeten we inderdaad afscheid nemen van de nostalgie naar het pure, ambachtelijke programmeren. De ware uitdaging—en de nieuwe passie—ligt nu in het heroveren van de architecturale controle te midden van de AI-versnelde chaos.
Deze post is gebaseerd op een presentatie van mij op AIGrunn 2025, online te vinden op https://www.youtube.com/watch?v=AxKnQSvBqEA. En ja, ik heb deze blog samen met AI geschreven, al ben ik de auteur van de ideeën en de architect van het resultaat ;-).
